‘Als iemand achter Mij aan wil gaan, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen en mij volgen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij, zal het vinden.’ (uit Mt. 16, 21-27)

Pastoraal hoekje

Renske zit nog maar een paar weken op de basisschool, maar deze zin heeft zij daar toch al geleerd. Niet zo vriendelijk, want het sluit anderen uit, maar is het niet herkenbaar? We maken allemaal gastenlijsten voor onze feesten, en tot in het bejaardenhuis willen we beslissen wie er naast ons mag zitten aan tafel.
In deze vredesweek houden de lezingen ons een spiegel voor. Met een opdracht om het anders te doen. De rijke, die de arme Lazarus niet toeliet aan zijn tafel, eindigt in een plaats van pijn en foltering. Lazarus, die ziek was en niets bezat, mocht bij leven niet aan tafel bij de rijke. Maar hij wordt na zijn dood meteen opgenomen in het paradijs.
Kunnen we hier en nu proberen om anderen niet uit te sluiten? Om goede keuzes te maken naar anderen toe. Om een stoel uitnodigend naar achteren te schuiven, zodat de ander naast je kan gaan zitten? En te delen van onze overvloed met mensen die het minder hebben. Dat kan deze week ook in de Caritascollecte. Zo maken we een begin met een inclusief feest, een feest voor iedereen.
Pastor Fredi Hagedoorn

‘Als iemand achter Mij aan wil gaan, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen en mij volgen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij, zal het vinden.’ (uit Mt. 16, 21-27)

In The Lord of the Rings is er een moment waarop Frodo het niet meer ziet zitten. De kleine Hobbit heeft als opdracht de ring te vernietigen op de plek waar die gemaakt is. Alleen dan zal het kwaad verslagen zijn. Maar de opdracht is zwaar.

Een prachtige hymne vol lof en dank, dat is wat Maria in het evangelie (Lc. 1, 39-56) bidt, en wat ze zegt is zo indrukwekkend dat we ons best eens afvragen waar en in wie we onszelf herkennen in haar lofzang.